SITE DOORZOEKEN MET GOOGLE SEARCH

Beeldmat.

Foto van de week 27 mei - 2 juni 2024

Eric Ooink
13 april 2024
 
ERVE ROOSSINK, KOMMER EN KWEL BIJ DE OUDE SCHAAPSSCHUUR

Aan de Rosinkweg in de buurschap Honesch bevindt zich een karakteristiek stukje Haaksbergen dat bij velen bekend zal zijn.  Het gaat hier om de schaapsschuur ('t schoapschot) van het oude erve Roossink (in stukken ook wel Rosink genoemd). De boerderij die aan de overkant stond, op de plek van de huidige woning Rosinkweg 9, brandde nieuwjaarsdag 1972 af, maar 't schoapschot bleef behouden. In de 19e eeuw was het kommer en kwel bij een aantal opeenvolgende generaties boerderijbewoners, veroorzaakt door het jong overlijden van gezinsleden.

Erve Roossink
Erve Roossink werd kort na 1600 gesticht, als afsplitsing van het naburige erve Horstink, dat tussen 1475 en 1600 is ontstaan. 'Het Roossink' wordt voor het eerst genoemd in 1651. Samen met het erve Horstink wordt het dan verkocht aan secretaris Dr. Johannes Michgorius. Ruim 1,5 eeuw bleven beide erven eigendom van leden van de familie Michgorius. De laatste generaties eigenaren uit deze familie woonden in Oldenzaal. In 1812 werden beide boerderijen aan de pachters verkocht. Het erve Roossink was in 1830 eigendom van Egbert Horstink.

Egbert Horstink op Roossink
Egbertus (Egbert) Horstink werd in maart 1775 in de buurschap Honesch geboren. Zijn ouders woonden op het plaatsje Greutelink, een verdwenen boerderij die stond in de scherpe bocht van de Klaashuisstraat, daar waar het Honeschpad begint. Egbert huwde in 1809 met Engelbertha (Barta) Keupers nunc (=nu of nu ook genaamd) Roossink. Deze Barta was in 1780 geboren op het erve Roossink. Haar vader Gerrit Keupers kwam uit Buurse en was in 1779 gehuwd met erfdochter Hermina Roossink. Uit dit huwelijk werden twee dochters geboren, waarvan Barta de oudste was. Egbert Horstink werd hierdoor de boer op erve Roossink. Naar Oost-Nederlands gebruik werd hij voortaan vooral Egbert Roossink genoemd. Het ging hem voor de wind. In 1812 kon hij de boerderij aankopen. Als er in het jaar 1830 in Haaksbergen een particuliere begraafplaats in het leven wordt geroepen, door negentien inwoners van Haaksbergen, blijkt Egbert Roossink een van de oprichters! Hij hoort bij de groep van de katholieke intekenaren en die zijn er, voor zover bekend, uiteindelijk nooit ter aarde besteld. Barta Roossink, zijn vrouw, overleed in 1847. Egbert overleed in januari 1862 op 86-jarige leeftijd. Niet alleen zijn vrouw, ook al zijn kinderen waren hem in de dood voorgegaan.

Kinderen Horstink
Uit het huwelijk van Egbert Horstink alias Roossink en Barta Keupers alias Roossink werden op het erve Roossink vier kinderen geboren.
1. Frederika Horstink(1810-1847).
Zij huwde in 1833 met Gerrit Jan Wijlens, landbouwer op de Wissink-Wever te Holthuizen (Krukkenhook). Zij kregen vier kinderen. De jongste zoon en dochter speelden een rol op het erve Roossink.
2. Hermannus Horstink(1814-1857).
Hij werd als oudste zoon de erfopvolger op ‘Roossink’. Hij huwde in mei 1847 met Gerharda (Grada) Oostendorp.
3. Anna Geertruid Horstink (1818-1818).
Zij werd maar 1 maand oud.
4. Gerrit Jan Horstink (1820-1844)
Gerrit Jan was timmerman en overleed ongehuwd op 24-jarige leeftijd.
De kinderen kregen de familienaam Horstink, die van de vader dus, en werden niet meer naar het erf vernoemd. Inmiddels was hier in 1811 de Burgerlijke Stand ingevoerd, hoewel er in Twente ook daarna nog regelmatig met achternamen werd gegoocheld.

R.K. Armbestuur
Het was de bedoeling dat Hermannus Horstink (1814-1857) als oudste zoon zijn vader zou opvolgen als landbouwer op Het Roossink. Hij overleed in 1857 echter kinderloos op 42-jarige leeftijd. Hij liet zijn vader en vrouw Grada Oostendorp, met wie hij 10 jaar getrouwd was geweest, achter. Hermannus had voor zijn overlijden zijn testament laten opstellen waarin hij zijn vrouw tot erfgenaam had benoemd.
Grada Oostendorp was in 1817 op het erve De Koamscher (nu Goorsestraat 74) in Holthuizen geboren. Grada hertrouwde in mei 1860 met de weduwnaar Gerhardus Johannes (Graads) Eijsink (1808-1884). Deze Graads was logementhouder van het bekende hotel De Moriaan aan de Spoorstraat, op de hoek met de Blankenburgerstraat. Grada verhuisde na dit huwelijk naar het dorp. Ze bleef eigenaresse van erve Roossink. Grada overleed begin 1869 kinderloos op 51-jarige leeftijd, na ruim acht jaar huwelijk. Op haar sterfbed liet zij in het bijzijn van twee leden van het parochiale armenbestuur haar man Graads Eijsink beloven dat erve Roossink aan het (R.K.) Armenbestuur zal toevallen en zo geschiedde een jaar later.
 

Van Horstink naar Onland; de bewoning in de periode 1860-1972
Nadat Grada Oostendorp naar het dorp was vertrokken bleef haar schoonvader Egbert Horstink met inwonend personeel achter op erve Roossink. De boerderij werd toen al enige jaren gerund door Reint Oostendorp, de jongere broer van Grada. Alleen Egberts oudste dochter Frederika had kinderen nagelaten. De jongste dochter van deze Frederika, Hermina Wijlens (1842-1868), kwam naar erve Roossink en huwde in 1862 met genoemde Reint Oostendorp. Feitelijk huwde Reint met het nichtje van zijn zuster. Egbert Roossink heeft dit huwelijk niet meer mogen meemaken. Reint en Hermina werden de ouders van twee dochters, die in 1863 en 1865 op Het Roossink werden geboren. Het geluk was ook dit keer van korte duur. In 1866 overleed Reint op 42-jarige leeftijd en twee jaar later Hermina op 25-jarige leeftijd. De twee dochtertjes van 2 en 5 jaar oud waren dat jaar ineens wees. Na het overlijden van Reint kwam Hermina's broer Bernardus Wijlens vanuit de Krukkenhook naar Honesch en nam de exploitatie van het erf, met toen ruim 13 ha grond, van zijn zwager over. Vanaf 1868 nam hij ook de zorg over de twee dochtertjes van zijn zuster over. Hiermee eindigde het verdriet niet. In 1872 overleed het oudste meisje op 9-jarige leeftijd en ook Bernardus, die ongehuwd was gebleven, mocht niet ouder dan 39 jaar worden. Hij overleed in 1880. Het jongste meisje Anna Hermina Oostendorp was toen 14 jaar. Zij kreeg Bernardus Horstink van de boerderij Schots, een achterneef van haar moeder, aangewezen als voogd en Gerrit Jan ten Vregelaar als toeziend voogd. De boerderij werd draaiende gehouden door inwonende dienstmeiden en -knechten. Een van de knechten was tevens schaapherder. Hoewel Anna Hermina Oostendorp een pachtboerderij bewoonde was ze als erfdochter een gewilde bruid. Haar achterbuurjongen Johannes Bernardus (Jans) Onland (1857-1941) van het erve Weijenborg zou in 1887 met haar huwen. Hierdoor werd Weijenborgs Jans de boer op erve Roossink, waardoor hij bekend werd als Roossink-Jans. Hij was ook schaapherder. Jans en Anna Maria kregen drie zonen. Anna Maria overleed in 1896 op 30-jarige leeftijd. Voor Jans volgden daarna nog twee huwelijken en ook deze vrouwen zou hij overleven. Jans zelf overleed in 1941 op 83-jarige leeftijd. Zijn zoon Hendrik (1905-1996) uit het derde huwelijk volgde hem op als landbouwer op Het Roossink. Hij huwde met Trui ter Woerst (1913-2001) en zij kregen negen kinderen, waarvan het oudste zoontje als baby overleed. De familie Onland zou de boerderij tot de brand van 1972 bewonen. Daarna betrok de familie een woning in het dorp.
 

De brand
Op nieuwjaarsdag 1972 kwam er door brand een eind aan het bestaan van de historische boerderij Roossink. De krant van 3-1-1972 deed hier verslag van, waaruit blijkt dat zelfs het inschakelen van de brandweer niet zonder pech verliep:
"De boerderij van de familie H. Onland in de buurschap Honesch is even na de jaarwisseling door nog onbekende oorzaak geheel uitgebrand. Op wat lijfkleding en linnengoed na ging de hele huisraad verloren. Tweeëntwintig koeien in de stal konden op het nippertje worden gered. Een historische schaapskooi, die vlak bij de boerderij stond en op de monumentenlijst voorkomt, kon de brandweer door nathouden redden.
De verwoeste boerderij is eigendom van het R.K. Armbestuur van de Pancratiuskerk te Haaksbergen. Het heeft enige tijd geduurd dat de brandweer ter plaatse kon zijn. In 't politierapport staat genoteerd dat een politiepatrouille de brand ontdekte en deze terstond om half een meldde. De politiemannen zagen dat een jongen bezig was met een slang, die op de waterleiding was aangesloten de brand te blussen.
Intussen was er iemand op de fiets naar het dorp gegaan om de brand bij brandweercommandant G.H. Nijhuis [de Krane] te melden. Deze stelde onmiddellijk de alarminstallatie in werking, waarmee de brandweerlieden thuis worden opgeroepen. De alarminstallatie werkte echter niet. Er was een zekering doorgeslagen- waardoor het enige tijd duurde voor een geschikt aantal mensen bij elkaar was. Een extra moeilijkheid bleek dat door de jaarwisseling niet iedereen thuis was. Toen de brandweer met acht man bij de boerderij arriveerde, bleek al dadelijk dat zij niet meer te redden was. Binnen een uur was de boerderij, aangewakkerd door de felle wind, uitgebrand.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Gelukkig kon al het vee worden gered, zij het op een nippertje. Met behulp van de buren had men al een deel van de 22 koeien de stal uit weten te leiden toen het licht uitviel. Volgens de landbouwer H. Onland, de gedupeerde, maakte de politie bezwaren in verband met de veiligheid van de redders. Maar het is toch gelukt. De heer Onland had het geluk dat hij korte tijd geleden zijn hele voorraad varkens had verkocht. De koeien zijn bij diverse buren ondergebracht.
De familie Onland logeert op het ogenblik bij de familie [te] Luggenhorst [op de Moag, Klaashuisstraat]. Het gezin bestaat uit man, vrouw, een zoon van 14 en drie meisjes. En bovendien een oom van 84 jaar, die echter bij het uitbreken van de brand in het ziekenhuis lag."
 Tot zover de krant. De laatste zin over de oom kun je opvatten als geluk bij een ongeluk. Deze oom, Antoon Onland, alias Roossinks Toone, overleed een maand later in het ziekenhuis van Enschede.

Het Schoapschot
Zoals de krant al meldde bleef de historische schaapskooi, die tussen 1750 en 1800 is gebouwd, gehouden. Kort hiervoor was de schaapsschuur rijksmonument geworden. Sindsdien is het bouwwerk twee keer gerestaureerd. Het heeft aan de noordzijde een houten topgevel; de zuidzijde kent een wolfseinde (schuin aflopend dak).
De schuur bestaat uit vier gebinten die staan op een extra dik gemetselde muur. Naar men zegt werd door deze bouwwijze voorkomen dat roofdieren, zoals wolven, konden binnendringen. Deze bouwwijze maakt de vakwerkgevel aan de straatzijde extra bijzonder. De laatste herder (of scheper) van de kudde in deze schaapsschuur was J.B. Onland, alias Roossink-Jans (1857-1941), die met zijn ruim 100 schapen over de heidevlakten van Honesch trok. In 1937 hield hij hiermee op.

Verkoop Roossink
In september 1972 werden de afgebrande boerderij en de schaapskooi door het R.K. Parochiaal Armbestuur verkocht aan de heer K. van Oudenhoven. Deze liet op de plek van de boerderij een nieuwe (burger)woning bouwen. Hiermee hield het verdriet op deze historische plek niet op. Enkele jaren later kwam de heer Van Oudenhoven bij een verkeersongeval om het leven.

Bronnen:
-verpondingsregister 1601 en 1602; Historie van Haaksbergen deel II.
-eigen genealogisch bestand en aantekeningen over boerderijen;
-bevolkingsregisters en Kadastrale leggers van Haaksbergen;
- diverse krantenknipsels; monumentenregister

Foto('s) afkomstig van de Facebookpagina Oud-Haaksbergen: https://www.facebook.com/groups/171140093245568, geüpload met commentaar door Eric Ooink van de Historische Kring Haaksbergen
Lees meer...

Openingstijden Historisch Centrum

maandag 09.00-12.00 en 13.30-17.00 uur
dinsdag 09.00-12.00 en 13.30-17.00 uur
woensdag Gesloten
donderdag 19.00-22.00 uur
vrijdag  09.00-12.00 uur

Contact

Historische Kring Haaksbergen
Markt 3 - Souterrain Gemeentehuis    
7481 HS  HAAKSBERGEN
Tel.: 053-5742374
E-mail: info@historischekringhaaksbergen.nl 

Bankrekeningen

Voor schenkingen en giften:
Rabobank: NL76RABO0324229917
ANBI-nr. 8056.08.837
Voor lidmaatschap en abonnement:
Ing: NL23INGB0002547699

Overige gegevens 

Kamer van Koophandel: 40073806
Fiscaal nummer: 8056.08.837
Statuten